Tien jaar geleden schreef ik dit gedicht bij een schilderij van mijn zus Chris. Mijn zus is anderhalf jaar geleden gestorven. Haar schilderij hangt nu in mijn woonkamer. Het gedicht kun je nog altijd lezen op de site van De schaal van digther.
het ligt haar op de onderlip bestorven
ze heeft haar vinger in de mond
zoals ze zuigt aan een rietje in een leeg glas
elke gedachte keert tot dezelfde gedachte weer
tot wat aan het denken zelf ontsnapt
en waaraan niet te ontsnappen valt
het lijf ligt er vergeten bij
blauwe ballast ontroostbaar geloosd
op een wachtbed voor wie haar lust inblaast
haar verhaalt van blauwe diepzeeën
likkend aan tenen van ongerepte eilanden
van dromen die in hun dromen
altijd werkelijk worden
en tijd alle tijden geven
___________________
Het gedicht is opgenomen in de bundel Tekenen (Uitgeverij P, 2018).